Preek van de week

Ned-vlag

Hier staat mijn laatstgehouden ( nederlandstalige) preek die wordt ververst op de zondag (ca. 13.00 uur) waarop de volgende preek wordt gehouden.
Zie hiernaast onder Pagina’s voor de gebruikte orde van dienst
Onder Pagina’s vind je ook mijn laatste Stellingwerver of Friese preek.
Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje

Oldeberkoop, 22-2-2026
Matteus 4: 1-11

We leven in een tijd die verwarring met zich brengt. En dan niet alleen vanwege alle dreiging, oorlog en natuurrampen; ook in spiritueel opzicht is het soms verwarrend. Waar draait het leven nu eigenlijk om? Wat geeft houvast? Waar vind je richting als vaste zekerheden wegvallen?
Sommigen zeggen: het gaat vooral om het leven hier en nu. Anderen benadrukken juist de hoop op wat komt ná dit leven. Het lijkt soms alsof die twee lijnen tegenover elkaar staan: de horizontale lijn van ons dagelijkse bestaan – de relaties tussen mensen, zorg voor elkaar, verantwoordelijkheid voor de wereld – én de verticale lijn: de relatie met God, het zoeken naar zin en diepte.
Maar die lijnen hoeven helemaal niet tegenover elkaar te staan. Misschien horen ze bij elkaar, zoals twee kanten van één werkelijkheid. Het geloof in God sluit het leven op aarde niet uit, maar wil het juist verdiepen en richting geven.
Wie werkelijk gelooft, wordt niet losgetrokken van de wereld. Integendeel, hij of zij wordt juist dieper in die wereld geplaatst – met open ogen en een bewogen hart. Geloof maakt het leven niet smaller, maar breder; niet vager, maar betekenisvoller.

We pakken het Bijbelverhaal erbij. Jezus wordt, zo staat er, door de Geest naar de woestijn geleid. Bij “woestijn” denken we dan al snel aan de plek waar het volk Israël 40 jaar lang doorheen trok: een plaats van leegte, van zoeken, van leren. Daar kreeg het volk de wet, de leefregels, de wegwijzers naar een bevrijd en bevrijdend leven. En juist dáár, in die woestijn, wordt Jezus op de proef gesteld.
Het is een verwarrend beeld: de Geest leidt hem naar de woestijn om beproefd te worden. We kunnen dit ook lezen als een bewuste keuze van Jezus: hij zoekt de stilte op, de eenzaamheid, een tijd van bezinning voordat zijn openbare leven begint. Alsof hij eerst moet weten wíe hij is, voordat hij kan doen waartoe hij geroepen is. Alsof hij eerst moet onderscheiden welke weg de zijne is, voordat hij anderen op die weg kan voorgaan.

Ook vandaag zoeken mensen zulke bezinningsmomenten op. In een kloosterweekend, een pelgrimstocht, meditatie, of gewoon een periode van stilte. Situaties waarin je even loskomt van de drukte maar ook kunt worden geconfronteerd met je eigen gedachten.
Dan kan er trouwens wel veel bovenkomen: oude pijn, onverwerkte ervaringen, twijfels, angst. Of juist vragen over het heden: problemen in relaties, zorgen om gezondheid, vragen over wie je bent, wat je gelooft, en waar je leven naartoe gaat.
Dat zijn zo onze eigen woestijnervaringen. Plekken waar we ons kwetsbaar voelen, maar waar we ook tot inzicht kunnen komen. Vaak zeggen mensen later: “Daar heb ik iets wezenlijks geleerd.”
Want de woestijn is niet alleen een plaats van leegte, maar ook een plaats van waarheid. Daar vallen onze maskers af. Daar kun je niet langer weglopen voor jezelf. Daar ontdek je wat er werkelijk in je leeft – aan angst en verlangen, hoop en wanhoop, kracht en zwakte.

Zo is Jezus dus in de woestijn. En daar komen beproevingen op hem af. Of dat nu letterlijk woorden van buitenaf waren, of gedachten die in hemzelf opkwamen, of grote innerlijke thema’s die hij onder ogen moest zien – ach, voor de betekenis van het verhaal maakt dat niet zoveel uit. De kern is dat Jezus voor fundamentele vragen wordt geplaatst: Wil ik leven vanuit vertrouwen op God, of wil ik mijn eigen weg gaan, zélf bepalen, zélf grijpen, zélf macht uitoefenen?
In de woestijn wordt duidelijk wat iemands hart werkelijk drijft. Daar komt immers aan het licht waarop je uiteindelijk je leven bouwt.

De drie verleidingen die daar op Jezus afkomen hebben een duidelijke rode draad: ze draaien om macht, bezit en eigenbelang.

Eerst is er de verleiding van het brood: “Als je de Zoon van God bent, maak dan van deze stenen brood.” Met andere woorden: gebruik je mogelijkheden voor jezelf. Hoe herkenbaar is die verleiding ook voor ons. We leven in een cultuur die voortdurend een appèl op ons doet: meer, sneller, groter, beter. En … geluk lijkt te koop te zijn. Maar diep vanbinnen weten we: geen bezit, geen succes en geen prestatie kan uiteindelijk onze ziel voeden.

Deze week was ik erg ontroerd door een gesprek dat ik had met iemand in een langdurige zorgafdeling van een TBS-kliniek. Hij was vroeger vriend van mijn oudste zoon, maar deed later dingen die niet door de beugel kunnen. Inmiddels zo’n 30 jaar lang bellen we elke week twee keer met elkaar. Eergisteren zei hij vanuit het niets: “Ik ben hier zo gelukkig, Jan.” Hij had het al vaker gezegd. Dertig jaar vastzitten op, wat zal het zijn, 18 m2, en dan gelukkig zijn. Ik zei dat ik me over die uitspraak verwonderde. Hoe kun je immers gelukkig zijn in zo’n situatie?
Toen sprak hij de woorden die me ontroerden: “Geluk zit in je hoofd, Jan!” Dus zoals Jezus zei: “De mens leeft niet van brood alleen.”
Bijna elke week steek ik wel een wijsheid op van de TBS-vriend.

Dan de tweede verleiding: “Spring van de tempel, dwing God om jou te redden.” Maar Jezus weigert God voor zijn eigen karretje te spannen. Zijn reactie is daarom: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.” Geloof is geen middel om eigen verlangens af te dwingen.
Het is trouwens wél een subtiele verleiding: God gebruiken om onze eigen plannen te rechtvaardigen, om onze eigen keuzes een heilig stempel te geven.
Maar … waar geloof begint, daar eindigt het manipuleren van God. Daar wordt vertrouwen belangrijker dan controle.

En dan de derde verleiding: “Je krijgt alle macht van de wereld – als je maar voor mij knielt.” Maar Jezus kiest voor een andere weg: “Vereer alleen de Heer, uw God.” Waar Adam en Eva zich lieten verleiden om zelf als God te willen zijn, daar blijft Jezus trouw aan zijn roeping. Hij kiest niet voor macht, maar voor dienstbaarheid; niet voor bezit, maar voor vertrouwen; niet voor zichzelf, maar voor God en mensen. Daarmee laat hij zien wat werkelijk leven is. Hij laat zien dat mens-zijn ten diepste betekent: leven in verbondenheid, in gehoorzaamheid, in liefde.

Het voorgaande roept vervolgens onherroepelijk de vraag op: hoe vertalen wij dit allemaal naar ons eigen leven, vandaag? Welnu, dat begint met bewustwording.

Het eerste is: Durven we onze eigen woestijn onder ogen te zien? Namelijk die plekken in ons leven waar het dor en leeg voelt, waar we ons alleen of machteloos voelen, waar oude zekerheden zijn weggevallen.
Iedereen kent immers zulke tijden. Momenten van rouw, van teleurstelling, van mislukking of eenzaamheid. Momenten waarop je je afvraagt: hoe moet het verder? En: waar is God in dit alles?
Die woestijn, zo zei theoloog Bert Altena, dat kan de ervaring zijn dat veel van wat voor jou van waarde en betekenis was, dat nu niét meer is, of dat het niet meer zo is als vroeger. De wereld verandert. Je geloof verandert. Vaste zekerheden worden vloeibaar, dreigen je te ontglippen – zoals zand tussen je vingers. Wat moet je nog geloven? Waar kun je nog van op aan? De woestijn, zo zei hij, dat is de plek aan de rand van de bewoonde wereld. Het valt er niet helemaal buiten, maar het is toch aan de rand. Je komt er minder mensen tegen. Wie heeft daar wat te zoeken?

Misschien kunnen we dit citaat van Altena wel zó verwoorden: in de woestijn – ook de woestijn van ons leven – is het ‘unheimisch’. Daarom nog eens de vraag: wat is uw, jouw en mijn woestijn?

Maar ook die woestijn is zélf een plaats van verleiding. Waar we denken overal oases te zien – geluk, succes, rijkdom, erkenning – blijken die achteraf maar al te vaak fata morgana’s te zijn.
Durven we eerlijk te kijken naar onze eigen werkelijkheid? En durven we die te delen met anderen? Want met een metgezel reis je lichter, zeker door moeilijke tijden. Geen mens is bedoeld om zijn woestijn alleen te dragen. Pastoraat en gemeente-zijn betekenen dan ook: met elkaar meelopen, meeluisteren, meedragen. Samen zoeken naar water in dorre tijden. Dus: wat is onze woestijn?

De tweede bewustwording is deze: welke stemmen verleiden ons? Welke verlangens trekken aan ons? De drang naar steeds meer, naar snel succes, naar gemak en comfort, naar het veiligstellen van ons eigen belang, van onze zekerheden ook? Soms bepalen verleidingen ongemerkt onze keuzes: geld, status, angst, verslaving, ego. Dus: welke verleidingen liggen er in ons leven steeds op de loer? Met welke obsessies, verslavingen en dergelijke hebben wij te maken? Zijn we er op uit om snel geld te verdienen, om snel ‘binnen’ te zijn, terwijl de armoe om ons heen toeneemt, en meer en meer mensen hun toevlucht moeten zoeken bij voedselbanken? Zijn we bij de komende gemeenteraadsverkiezingen uit op eigenbelang, op behoud van wat we hebben opgebouwd aan eigendom en rechten, ondanks onze wetenschap dat de schepping erdoor vernield wordt? Dus: welke stemmen proberen ons te verleiden?
Soms zijn het harde stemmen, die ons opjagen en onrustig maken. Soms zijn het zachte stemmen, die fluisteren dat we het wel verdienen, dat we recht hebben op meer. Maar niet elke stem die vriendelijk klinkt is ook werkelijk goed voor ons. Vandaar de woorden van Jezus: “De mens leeft niet van brood alleen.” Leven is meer dan wat je bezit, meer dan wat je presteert, en meer dan wat je kunt vasthouden.

En de derde bewustwording: naar welke stem luisteren wij? Door wie of wat laten wij ons leiden? Door de innerlijke stem van angst en onzekerheid? Door het lawaai van de wereld, door de hectiek van alledag, door populisten die ons valse beloften voorschotelen, door meningen die schreeuwen om aandacht? Of durven we te luisteren naar de stille stem van God, naar de zachte krachten van wijsheid, liefde en barmhartigheid?
Dié stem klinkt zelden luid. Ze dringt zich namelijk niet op. Maar wie stil wordt, wie bidt, wie mediteert, wie leest, wie luistert, die kan haar leren onderscheiden. En juist dié stem wijst de weg naar leven. Dan ervaar je dat je niet meer wórdt geleefd, maar zelf lééft.

Niet voor niets eindigt dit verhaal met de woorden: “Daarna liet de duivel Jezus met rust, en kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” Dat staat voor: wie de weg van trouw gaat, zal niet zonder hulp blijven. Wie standhoudt in de woestijn, wordt niet vergeten door God.

Dát is misschien wel de belofte: wie de weg van vertrouwen kiest,  wie de verleidingen onder ogen ziet, wie zich laat leiden door Gods Geest, die zal uiteindelijk rust vinden.

Veertig dagen lang krijgen wij de tijd om ons daarop te bezinnen: wat is onze woestijn, welke verleidingen komen daarin op ons af, en naar welke stem willen wij luisteren? Want: “Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd, dat is de Geest aanvaarden die naar het leven leidt.” Moge deze veertigdagentijd een periode zijn van eerlijk kijken, van stil worden, van kiezen. Een tijd waarin we opnieuw ontdekken dat het leven groter is dan wijzelf, en dat Gods Geest ons wil leiden – ook vandaag, ook hier, ook nu. Moge deze tijd ons helpen om bewust te kiezen voor het leven zoals God het bedoelt: een leven van vertrouwen, liefde en dienstbaarheid.

Wil je een reactie geven? Stuur een mailtje !

===========================================
De eerstvolgende Nederlandstalige preek wordt geplaatst op de eerstvolgende dag waarop ik een dienst heb om circa 15.00 uur.